Wist u dat fokkalveren ook last kunnen hebben van hittestress? De dagen met hogere temperaturen betekenen kans op hittestress, maar de symptomen kunnen al zichtbaar zijn vanaf 20-22 graden Celcius. Hoe herken je hittestress en hoe voorkom je hittestress bij kalveren?

Hoe herken je hittestress?

Net zoals bij mensen worden kalveren tijdens warmere dagen ook slomer. De kalveren komen minder vlot naar de speenemmer. Daarnaast wordt de eetlust minder, waardoor de voeropname daalt. Dit terwijl de energiebehoefte tijdens deze dagen hoger is. Kalveren hebben meer energie nodig om de warmte kwijt te kunnen.

Let ook goed op de ademhaling van het kalf. Om de warmte kwijt te kunnen zullen ook kalveren een verhoogde ademhaling hebben.

Het belang van water?

Hoe voorkom je hittestress?

  • Kalveren van 8 weken en ouder kunnen geschoren worden, een aantal banen over de rug. Dit voorkomt dat ze later gaan zweten.
  • Voer 3x daags of probeer de voerbeurten te verplaatsen naar de momenten wanneer het koeler is. Dit kan dus vroeg in de ochtend en wat later op de avond zijn.
  • Zorg voor een goed klimaat in de iglo of eenlingbox door extra schaduw te bieden. Verplaats de iglo’s eventueel naar een andere plek op het erf. Een goed klimaat betekend ook voldoende luchtverversing, het openen van het ventilatieventiel van de iglo kan hierbij helpen.
  • Stel ingrepen, zoals bijvoorbeeld het onthoornen of enten uit tot het wat koeler is.
  • Mest vaker de hokken uit. Mest produceert namelijk ook warmte en ammoniak.
  • Zorg natuurlijk ook voor voldoende vocht door bij voorkeur onbeperkt vers water te verstrekken. Ververs het water niet tijdens de melkvoeding, de kans op te veel water drinken direct na de melkportie is dan groter.
    Verstrek bijvoorbeeld extra water tijdens de warmste uren zodat de kalveren extra gemotiveerd worden voldoende vocht op te nemen.
  • Kalveren met diarree zijn tijdens warme dagen nog extra gevoelig voor uitdroging. Hierbij moet het vochttekort extra worden aangevuld.

Aanzuren van (koe)melk

Hoe warmer de omgevingstemperatuur, hoe meer de bacteriën in vochtige omstandigheden (zoals in de melk) kunnen groeien. Wanneer koemelk voor langere tijd in de emmer blijft staan (bijv. bij onbeperkt voeren) of wanneer er na het reinigen van de emmers er toch wat melkresten achter blijven (bijv. in/bij de spenen) zal de bacteriegroei toenemen. Deze bacteriedruk kan de vertering negatief beïnvloeden. Het extra aanzuren is bij gebruik van koemelk is daarom ook zeker aan te bevelen om ook de ontwikkeling van omgevingsbacteriën te remmen.

Lees meer over het aanzuren van (koe)melk.